Julie, ou la nouvelle Héloïse

Julie, ou la nouvelle Héloïse of in het Nederlands Julie, de nieuwe heldin Héloïse is een briefroman, geschreven door Jean-Jacques Rousseau en gepubliceerd in 1761 door Marc-Michel Rey in Amsterdam. De oorspronkelijke uitgave was getiteld: Lettres de deux amans habitans d’une petite ville au pied des Alpes.

Het handelt over twee geliefden uit verschillende klassen die veel tegenstand ondervinden voor hun wens met elkaar te trouwen. In brieven aan elkaar schrijven ze over hun gedachten en emoties.

De onmogelijke liefdesgeschiedenis tussen Saint-Preux en de adellijke Julie d’Étanges speelt zich af in een klein stadje aan de voet van de Alpen. Rousseau beschrijft de eisen die de samenleving stelt als Julie zwanger wenst te worden van haar leraar in de verwachting dat hij haar zal trouwen. Haar vader is ontzet als Saint-Preux een huwelijksaanzoek doet. Het is niet de rivaliteit tussen twee families, zoals in Romeo en Julia, maar het klassenverschil. Julie werd de draagster van de nieuwe moraal in de wereld van concurrentie, macht en geweld.

In de novelle wordt verwezen naar de geschiedenis van Héloïse en Petrus Abaelardus, een middeleeuws verhaal van hartstocht en Christelijke zelfverloochening. De novelle werd op de Index librorum prohibitorum geplaatst.

Hoewel Rousseau het boek schreef als een novelle is er een filosofische theorie over authenticiteit in verweven omdat Rousseau in het boek autonomie en authenticiteit als morele waarden onderzocht. Men neemt aan dat Rousseau de ethiek van authenticiteit hoger schatte dan rationele morele principes; hij schreef namelijk in het essay dat men moest doen wat men opgedragen was door de maatschappij, maar dat deze taak ondergeschikt was aan „heilige principes“ en gevoelens van eigen identiteit. Niet-authentiek gedrag zou de weg vrijmaken tot zelfvernietiging.

Historicus Robert Darnton heeft geschreven dat Julie waarschijnlijk een van de best verkochte boeken van de eeuw was. Uitgeverijen konden de vraag niet aan zodat zij het boek per dag, zelfs per uur, uitleenden. Volgens Darnton waren er ten minste zeventig versies in druk voor 1800. Maar wat werkelijk de verbazing wekte, was niet alleen de populariteit van Julie maar ook de emoties die het teweegbracht bij de lezers. Deze waren soms zo overmand door gevoel dat zij in groten getale brieven aan Rousseau schreven, waardoor deze een van de eerste sterauteurs werd.

Eén lezer beschreef hoe het boek hem bijna gek maakte doordat heftige emoties in hem opkwamen terwijl een ander meldde dat het heftige snikken dat het boek bij hem veroorzaakte zijn verkoudheid genas. De ene lezer na de andere beschreef zijn tranen, heftige emoties en zelfs extase aan Rousseau. Eén lezer schreef aan Rousseau: Ik durf u niet te vertellen wat het boek met mij deed; nee, ik was al voorbij huilen. Een scherpe pijn doorsneedt mij. Mijn hart voelde verpletterd. Dat Julie stierf was voor mij niet alsof een onbekend persoon overleed. Ik geloofde dat ik haar zuster, haar vriend, haar Claire was. Mijn pijn werd zo sterk dat als ik het boek niet had weggelegd ik ziek zou zijn geworden, net als alle personen die die geweldige vrouw bijstonden in haar laatste ogenblikken. Net als bovengenoemde lezer raakten de meeste mensen zeer geïnteresseerd in de karakters van de roman, zelfs tot een niveau dat tot dan toen geheel nieuw was. Sommige lezers konden zelfs niet accepteren dat het boek fictie was.

Een vrouw schreef aan Rousseau: Veel mensen die het boek hebben gelezen en het met mij hebben besproken zeiden dat u het goed geschreven had. Ik kan dat niet geloven. Als dat zo is hoe kan een verkeerd lezen zulke sensaties hebben opgeroepen, zoals die ik had toen ik het boek las. Ik smeek u, meneer, vertel mij, heeft Julie echt geleefd? Is Saint-Preux nog in leven? In welke stad woont hij? Claire, die lieve Claire, is zij haar vriendin gevolgd in het graf? Meneer de Womar, Milord Edouard, alle personen, zijn zij slechts verbeelding, zoals iemand mij probeerde te vertellen? Als dat het geval is, in wat voor wereld leven wij dan, waarin ware deugden slechts een fictie zijn. Andere lezers identificeerden zich minder met de personen maar meer met de worsteling die zij doormaakten. Zij zagen in Julie een verhaal over verleiding, zonde en vernietiging, dat zij projecteerden op hun eigen leven.

Het hoofd van de Franse censuur Chrétien-Guillaume de Lamoignon de Malesherbes bood Rousseau aan gebruik te maken van de diplomatieke post om zo te besparen op zijn verzendkosten van de drukproeven, maar uiteindelijk schrapte hij meer dan honderd bladzijden in de Parijse editie. In het exemplaar dat bestemd was voor Madame de Pompadour schrapte hij één hele zin en liet een nieuwe pagina drukken en inplakken.

Projet concernant de nouveaux signes pour la musique · Dissertation sur la musique moderne · Discours sur les sciences et les arts · Discours sur la vertu du héros · Le devin du village · Narcisse ou l’Amant de lui-même · Discours sur l’origine et les fondements de l’inégalité parmi les hommes · Examen de deux principes avancés par M. Rameau · Jugement du Projet de paix perpétuelle de Monsieur l’Abbé de Saint-Pierre · Lettres morales, écrites entre 1757 et 1758, publication posthume en 1888 · Lettre sur la providence · J.-J. Rousseau, Citoyen de Genève, à M. d’Alembert sur les spectacles · Julie, ou la nouvelle Héloïse · Émile, ou De l’éducation, dans lequel est inclus La profession de foi du vicaire savoyard au livre IV · Du contrat social · Lettres écrites de la montagne · Lettres sur la législation de la Corse · Considérations sur le gouvernement de Pologne · Pygmalion · Essai sur l’origine des langues · Projet de constitution pour la Corse · Edictionnaire de musique · Les Confessions · Dialogues, Rousseau juge de Jean-Jacques · Les Rêveries du promeneur solitaire · Émile et Sophie, ou les Solitaires